023 tine
Een idee voor een dier dient zich aan, dat gaat eigenlijk vanzelf. Waar voor mij veel van de lol in zit, is vervolgens te bedenken hoe ik de meest vertederende, grappige, aaibare en vooral eigenwijze eigenschappen van dat dier naar boven krijg. Ik ga aan de slag met het maken van een model. Zagen, knippen, snijden, plakken, zagen, knippen, etc. Pas als er een lach op mijn gezicht verschijnt, weet ik dat ik op de goede weg zit.

Nu ga ik het model ‘bekleden’ met kunsthars en glasvezel en dan is het schuren geblazen en wederom bekleden met een nieuwe laag kunsthars. Dit proces herhaal ik tot het beeld glad genoeg is. En dan moet het beeld beschilderd, waarvoor ik altijd frisse, heldere kleuren kies.

Soms moet een beeld juist strak en effen beschilderd, andere keren kan ik hierin meer ‘knipoog’ kwijt, zoals met een subtiel grapje of een eigenwijs patroon. Gedurende dit proces, en zeker naarmate het beeld meer vorm krijgt, krijg ik altijd weer de neiging om het beeld een naam te geven. En zo zijn o.a. Jacques (giraffe), Frederik (flamingo) en Boudewijn (het zwijn) geboren.